Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Interview

8 okt 2009

Een veelbelovende relatie: mens en robot

Robots worden steeds menselijker. Maar is vriendschap tussen mens en robot mogelijk? Techniekfilosoof Mark Coeckelbergh aarzelt. “Wat niet wegneemt dat robots een grotere rol kunnen gaan spelen in het sociale en persoonlijke leven van mensen.”

Mark Coeckelbergh wilde wel eens een robot die sterk op een mens lijkt ‘in levenden lijve’ ontmoeten. En dus ging Coeckelbergh – universitair docent bij de vakgroep Wijsbegeerte van de faculteit Gedragswetenschappen aan de Universiteit van Twente en onderzoeker naar ethische vraagstukken rond robotica en human enhancement – in november 2008 naar professor Hiroshi Ishiguro in Japan, de beroemde Japanse ontwerper van robots. “Ishiguro maakt voor zijn robots de huid en het gezicht van bestaande personen na. Hierdoor lijken zijn humanoids of androids zoals hij ze noemt ook sterk op mensen. Toen ik bij Ishiguro binnenkwam, zag ik een vrouw op een krukje. De eerste seconde heb je nog de indruk dat het een mens is – daar zijn ook onderzoeken naar gedaan –, maar direct daarna verdwijnt de illusie. De robot was weinig interactief en bewoog niet autonoom – als systeem natuurlijk wel, maar niet zoals wij mensen dat doen. Ik had er geen ‘sociaal’ of ‘menselijk’ gevoel bij.”

Het sterkte Coeckelbergh in zijn overtuiging dat er van vriendschap tussen mens en robot (nog) geen sprake kan zijn, ook al worden robots steeds intelligenter en menselijker. “Hun deelname aan een emotioneel, sociaal leven staat ver af – als het er al ooit van komt. Ik zie in elk geval geen aanwijzingen dat er in de nabije toekomst verandering in komt.” Misschien staat ‘ons kwetsbare lichaam’ vriendschap tussen mens en robot wel in de weg: “Als een ander net als wijzelf pijn kan hebben, beleven we die ander als moreel gelijke; je begrijpt elkaar, het is ‘onder ons’. Dan kun je je inleven, empathie gebruiken. Bij een robot heb je toch altijd het besef dat het fake is.”

Waar Coeckelbergh aan toevoegt: “Wat ik zeg over vriendschap is natuurlijk wel verbonden met hoe we nu tegen vriendschap aankijken. Door de opkomst van sociale netwerksites en mobiele communicatie zijn we vriendschap de afgelopen jaren meer gaan zien als in contact blijven en delen van wat je doet en minder als het ‘offline’ en lichamelijke samen beleven. Technologie verandert hoe we ons leven praktisch organiseren en robots gaan dat ook doen. Robots kunnen ook onze opvattingen van het begrip vriendschap veranderen. We weten de effecten niet op voorhand.”

Vriendschap of niet, robots kunnen een grotere rol in het sociale en persoonlijke leven spelen, aldus Coeckelberg. “Wij mensen zijn nu eenmaal in hoge mate sociale wezens, die maar heel weinig nodig hebben om ons sociaal te gedragen. Als de buitenkant iets van een mens weg heeft, kunnen we er al heel snel een band mee voelen. Zelfs als computers niet op mensen lijken, praten we er toch wel eens mee, we hebben het over ‘hij’ of ‘zij’ of geven het ding een naam. We antropomorfiseren: we kennen er menselijke trekken aan toe. Dat wordt natuurlijk nog makkelijker als het gaat om robots met hun kunstmatige lichaam.”

Seksrobots

Er zijn nu al mensen die robots als ‘huisdieren’ houden. En wat mogen we verder verwachten? Wat bijvoorbeeld te denken van de uitspraken van de Schotse onderzoeker David Levy, die in 2007 aan de Universiteit van Maastricht promoveerde op een proefschrift waarin hij voorspelde dat liefde en seks tussen mensen en robot onvermijdelijk is. “Er zal zeker markt zijn voor seksrobots, zoals voor allerlei seksvoorwerpen”, verwacht Coeckelbergh. “Maar de mogelijkheid creëren voor emotionele interactie zoals die bij mensen plaatsvindt, is heel andere koek.” Wel ziet hij een toenemend potentieel voor robots in de zorg, voor entertainmentdoeleinden en voor militair gebruik. Nu al rukken robots daar op, zegt Coeckelbergh, en hij plaatst er enkele ethische kanttekeningen bij.

“Een robot als entertainment biedt vele mogelijkheden, bijvoorbeeld als vervangend huisdier. Robots zijn natuurlijk veel intelligenter dan poppen, beter in het imiteren. Maar het zou een ethisch probleem kunnen worden als je iemand laat geloven dat het echt is. Een kind of iemand die dement is, kan zich aan zo’n huisdierrobot gaan hechten. Mag je iemand om de tuin leiden? Wanneer er een moment is dat iemand zich bewust wordt van het bedrog, kan dat effect hebben op de morele ontwikkeling. Wat betekent dat en wat voor effect heeft dat op lange termijn? Aan de andere kant is het ook zo dat kinderen zich nu al erg aan huisdieren hechten. Waarom vinden we het verschil tussen robots en dieren zo belangrijk? Het zijn ethische vragen die op de korte en middellange termijn aandacht vragen.”

“In de zorg speelt op dit moment de vraag van de zorgrobot: gaan we mensen vervangen door op mensen lijkende robots en wat doet dat in de relatie met degenen waarvoor ze zorgen? Maar zo ver is dit gebied nog niet ontwikkeld. We moeten niet alleen futuristisch kijken, maar ook hoe de zorg nu werkt en hoe robots daarin een hulp kunnen zijn. Ik vermoed dat het in de nabije toekomst vooral zal gaan om nuttige robots die niet op mensen lijken, maar die helpen in de praktijk van de zorg, zoals tillen. Waar de politiek zich ook zorgen over moet maken zijn de militaire robots – die ontwikkelingen zouden wel eens erg snel kunnen gaan als je ziet hoeveel geld daarin omgaat en hoeveel labs er zijn. Willen we dit wel?”

Slaven

Coeckelbergh blijft het interessant vinden om als gedachte-experiment na te gaan wat een ‘menselijke’ robot voor mensen zou kunnen doen en betekenen. “Japanners hebben hoge verwachtingen. Het viel mij op dat ze minder problemen zien en minder sceptisch zijn. Dat komt deels door het culturele verschil in visie op robots. Hier in het Westen denken we over robots in termen van strijd: het zijn machines die ons bedreigen, ‘slaven’ die tegen hun ‘meesters’ in opstand komen en de macht overnemen. Zoals in de film I, Robot. Robots worden gezien als concurrenten van de mens. In Japan wil men zo goed mogelijk de natuur imiteren, dat zie je ook aan de tuinen daar. Het Japanse idee is dat je moet samenleven met dier, natuur en ook robot. In Japan was er bijvoorbeeld een tekenfilm met een robot die alleen maar goede dingen deed. Hoewel ook daar niet alle robots supervriendelijk voorgesteld worden, gaan de Japanners er meestal van uit dat ze niet bedreigend zijn.

Voor Japanners is het verschil tussen robot en mens minder belangrijk. Wij vinden onszelf als mens heel speciaal, en soms ook als individu... Wij hebben sterk de overtuiging dat de mens toch anders is dan een ‘machine’. Technologie wordt zo gebruikt om onszelf te definiëren als niet-robot. Ook in de geschiedenis waren er al categorieën die eerst als niet-mens werden beschouwd en daarna wel. Slaven bijvoorbeeld. Diezelfde ontwikkeling zie je nu bij robots; er is zelfs al een discussie of we robots rechten moeten geven.

Een ander verschil met de Japanse cultuur is dat technologie in Europa en de Verenigde Staten als nuttig wordt gezien. De robot moet voor ons werken, bijvoorbeeld in militaire applicaties. In Japan gaat het misschien meer om spelen, entertainen. Technologie is daar sociaal sterker geworteld. Op het gebied van sociale robots en humanoids is Japan dan ook koploper. Toch hebben wij ook steeds meer social robotics als onderzoeksgebied. Er is uitwisseling tussen Oost en West en ik merk dat steeds meer mensen die hier met robotica bezig zijn ook naar robotlabs in Japan gaan. Ik ben niet de enige.”

  • Repliee Q2.JPG

    Repliee Q2.JPG