Case
De commune voorbij
Wie in een woongroep leeft, krijgt een rijker sociaal leven met meer zorg voor elkaar. En vooral dat laatste wordt steeds belangrijker.
Toen in 2000 de film Together in de bioscopen uitkwam over een wooncommune in Zweden anno 1975, leek deze te gaan over lang vervlogen tijden. Maar negen jaar later is een huishouden delen met anderen dan je familie helemaal niet meer zo achterhaald. Concrete cijfers zijn er niet, maar de Federatie Gemeenschappelijk Wonen verklaarde het afgelopen voorjaar op de Open Gemeenschappelijkwonendag dat er jaarlijks woongroepen bij komen, naast alle oude die al tijden bestaan.
“Het wordt absoluut iets van deze tijd”, zegt ook ervaringsdeskundige Liesbeth van Woerkens (36 jaar). Zelf woont ze al acht jaar in een woongroep in Utrecht, het Labre-huis. Destijds kwam ze er als single wonen, maar in de loop der jaren zijn daar achtereenvolgens een echtgenoot en twee kinderen bij gekomen. “Er wonen nog steeds veel alleenstaanden bij ons in huis. Van de 31 woonunits worden er vijf bemand door gezinnen.” Toen Van Woerkens koos voor een woongemeenschap, was het net uit met haar vriend. “Ik zocht daarom nieuwe woonruimte. Helemaal op mezelf vond ik minder leuk dan in een woongroep.” Haar verhaal staat niet op zichzelf, denkt ze: “Er komen steeds meer singles bij in Nederland, en die willen niet meer allemaal alleen wonen”, zegt Van Woerkens.
Ook de vergrijzing draagt bij aan de populariteit van woongroepen. Sterker nog, gemeenschappelijk wonen lijkt vooral een hoge vlucht te nemen onder senioren. Het Verwey-Jonker Instituut (een onafhankelijk adviesorgaan voor sociale en maatschappelijke innovatie) voorspelt een grote opmars van de seniorenwoongroep. Begin dit jaar hield het onderzoeksinstituut een literatuurstudie naar woongroepen voor ouderen. Nederland vergrijst, maar de senioren onder ons worden steeds vitaler. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid vinden we op oudere leeftijd steeds belangrijker worden en die eigenschappen worden bovendien vanuit de overheid steeds meer verwacht. Een woongemeenschap, of een woongroep, kan dan uitkomst bieden.
Maar de trend is niet beperkt tot singles of senioren. In juni 2009 presenteerde de VROM-Raad (een college dat de regering adviseert over ontwikkelingen op het gebied van wonen, ruimte en milieu) het advies ‘Wonen in ruimte en tijd’. Een van de belangrijkste trends is volgens de VROM-Raad dat we meer willen wonen met gelijkgestemden. Daarbij gaat het ons niet zozeer om afkomst of religie, maar om mensen met wie we een sterk gemeenschapsgevoel kunnen delen. Dat hoeft niet altijd onder één dak te zijn, het kan ook binnen een wijk. Zoals de Golfwijk in Lelystad, waar pensionado’s bij elkaar wonen. Soms zijn wooncollectieven ecologisch georiënteerd. Er is zelfs een servicepunt Anders Wonen Anders leven, een verzamelplaats voor mensen die anders dan anders willen wonen: In een woongroep of woon-werkpand, binnen een wooncollectief of in een duurzaam gebouwd huis in een ecowijk of ecodorp. En in het Labre-huis? Liesbeth: “Er wonen hier allemaal sociale en behulpzame mensen, en bovendien grotendeels uit de culturele sector. Dat bindt ons.”
Groepsdwang
De moderne woongroepen lijken slechts in de verte op de communes uit de jaren zestig en zeventig. In de eerste plaats zijn ze meestal minder politiek getint: maoïstische communes waren al voor de val van de Berlijnse muur verdwenen. Nog een verschil: de groepsdwang is veel kleiner. In Together wordt er gezamenlijk ontbeten en zitten de bewoners boven op elkaars lip. Dat zou nu ondenkbaar zijn. De kerngedachte anno 2009 is eerder: het is leuk om dingen samen te doen, dingen voor elkaar te doen, elkaar te helpen – samen, maar vanuit ieders individuele belang. Zoals Van Woerkens het zegt: “Je woont zelfstandig, maar bent niet alleen.” In het Labre-huis wordt in tegenstelling tot twintig jaar geleden bijvoorbeeld niet meer altijd gemeenschappelijk gegeten, alleen als dat zo uitkomt, volgens het zwaan-kleef-aan-principe. Toch zijn er wel momenten dat iedereen bij elkaar is, los van de keren dat bewoners elkaar in huis tegenkomen. Ieder kwartaal is er een klusweekend. Na een gezamenlijk ontbijt wordt er met z’n allen geklust om het pand netjes te onderhouden. Ook zijn er hospiteeravonden, waarop gezamenlijk nieuwe bewoners worden geselecteerd. Beroemd is het jaarlijkse themafeest in het voorjaar. Na weken van voorbereidingen met z’n allen staan er die avond zo’n 400 gasten op de dansvloer in de gemeenschappelijke ruimte van het huis.
Liesbeth van Woerkens wil in de toekomst wel een woonlocatie buiten het Labre-huis. Iets meer privacy en ruimte voor haar gezin zou wel fijn zijn. Haar droom: een grote boerderij die ze kan delen met een aantal vrienden. Of een aantal gelijkgestemden.
