Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

InterView

8 okt 2009

Hilde Roothart: ‘Familiegevoel sterker dan ooit’

“Het familiegevoel maakt een comeback door”, constateerde trendwatcher Hilde Roothart alweer enkele jaren geleden. Die ontwikkeling heeft de afgelopen tijd alleen maar doorgezet, stelt ze. En de individualisering? Die ebt weg: “Als je daarover begint tegen jongeren, kijken ze je vragend aan.”

“Vroeg of laat duikt het cliché van het individu als maat voor alle dingen weer op. Het lijkt erop dat we de maatschappelijke trend individualisering als zo vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen dat we geen oog meer hebben voor een andere, tegengestelde ontwikkeling. Voor de komende jaren, en misschien wel de komende decennia, zal niet het individu, maar de groep de norm zijn.” Aldus Hilde Roothart begin 2005 in haar trendboek Futuring.

Niet iedereen was het toen met haar eens. Was dé trend in het naoorlogse Nederland niet altijd individualisering geweest? De trend naar kleinere huishoudens, de toename van het aantal alleenstaanden, het steeds hogere opleidingsniveau – allemaal ontwikkelingen die nogal eens met individualisering worden geassocieerd.

Ontwikkelingen die tot de dag van vandaag voortduren. Volgens sommige deskundigen zet de individualiseringstrend zich ook gewoon voort. Zo ziet Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, de opkomst van de Partij voor de Dieren als bewijs van de voortschrijdende individualisering, misschien zelfs als laatste fase in de emancipatie – een bewijs in elk geval dat we dieren als individuen zijn gaan zien.

Moeite

Voor een ‘comeback van het familiegevoel’ is weinig plaats binnen dit soort gedachteconstructies. Terwijl er toch overduidelijk aanwijzingen zijn dat er een trendbreuk heeft plaatsgevonden. De individualisering ebt weg, zegt Roothart. De afgelopen jaren zeker, onder andere door de politieke ontwikkelingen (met name de afkalvende machtspositie van Amerika en de opkomst van veel minder individualistische landen als India en China), de kritiek op tot dan toe vanzelfsprekende westerse – liberale, individualistische – waarden door de islam, de kredietcrisis (waarbij de schaduwzijden van het individualisme nog eens werden onderstreept) en natuurlijk de opmars van internet, de grote digitale verbinder.

“Babyboomers als Schnabel hebben daar misschien moeite mee. Individualisering is ook ‘hun ding’. De individualisering was in de jaren zestig en zeventig een reactie op de verzuiling die tot in de jaren vijftig dominant was. Met verregaande emancipatoire gevolgen: de emancipatie van de vrouw, van de homo, van de Afro-Amerikaan – noem maar op. Sommige mensen dachten dat het gezin door de individualisering helemaal zou verdwijnen. Maar sinds enkele jaren, sinds de eeuwwisseling of daaromtrent, heeft het gezin juist aan belang gewonnen. Natuurlijk niet het verzuilde tweeoudergezin zoals we dat uit de jaren vijftig kennen. Maar we zijn gaan inzien dat onderlinge verbanden veel belangrijker zijn dan we in de jaren daarvoor hadden aangenomen. Veel mensen vinden dat de vrijheid van het individu te groot is geworden, en vragen om meer leiding en sturing. En ze hechten meer aan de band die ze hebben met gezins- en familieleden en vrienden. Ze zien hen als een ‘familie’ – een familie die veel minder vastomlijnd is dan het traditionele gezin, en veel meer door gemeenschappelijke interesses wordt bijeengehouden.”

Zwevende kiezers

“Dit familiegevoel leeft zeker bij jongeren. Ze zijn het gewend om contact met elkaar te onderhouden, zaken met elkaar af te stemmen. Soms los je samen een computerprobleem op, soms ga je samen op vakantie. Soms ken je de ander heel goed, soms helemaal niet. Mijn punt is: jongeren zijn zeer sociaal ingesteld. Als je tegen jongeren over individualisering begint, kijken ze je vragend aan. Zij hoeven zich niet meer zo nodig van anderen te onderscheiden. Het onderwerp ‘samen’ komt ook steeds weer terug in ons Mood-onderzoek en in onze trendboeken.”

Het familiegevoel heeft allerlei kanten, aldus Roothart. Het kan bijvoorbeeld ook politieke trekken krijgen: het ‘wij-gevoel’ dat sterk leeft binnen (bijvoorbeeld) de SP, het CDA en de PVV – niet toevallig politieke partijen die het in deze tijd van zwevende kiezers betrekkelijk goed doen.
Zelf vindt Roothart de opkomst van het familiegevoel vooral positief. “Vooral het idee dat we het samen moeten doen, dat het geen zin heeft om als tien eenlingen los van elkaar bezig te zijn, maar dat je meer bereikt als je verbanden legt en samen optrekt.”

In haar eigen ‘Project Hoop’ (www.projecthoop.nl) met tien kansen voor een betere toekomst keert deze gedachte terug: hier worden positieve, maatschappelijk verantwoorde initiatieven geïnventariseerd, waaruit blijkt dat mensen zich ook (misschien wel juist) in deze kille crisistijd door een warme gemeenschapszin laten leiden.

Uiteraard kunnen ook bedrijven en merken ook inspelen op het familiegevoel. “Bijvoorbeeld door zich te concentreren op het gezin, de familie of een andere doelgroep. Of door een thematische aanpak te kiezen en zich te richten op zaken die mensen samen doen – denk aan reünies of bijeenkomsten van vriendinnengroepen. Of door een platform te bieden en als bedrijf een dialoog aan te gaan, zodat mensen hun mening kunnen delen. Helaas gebeurt zeker dit laatste nog veel te weinig. Bedrijven zijn nogal eens bang om informatie met hun klanten te delen. Ze bouwen liever muren om zich achter te verschuilen in plaats van een open organisatie op te zetten. Een gemiste kans.”

  • Hilde Roothart, foto: Mirjam Verdonk

    Hilde Roothart, foto: Mirjam Verdonk